De theoloog als grensganger

Over pionieren in de kerk
door Rebecca Onderstal

download in Epub-formaatdownload in PDF-formaat

De theoloog van de toekomst is missionair, dat wil zeggen dat zij of hij zich bezighoudt met de communicatie van het evangelie met wie zich niet als kerkelijk beschouwt. Daarvoor is naast een 'kom' (bij ons binnen) beweging ook een 'ga' beweging nodig. Want velen laten zich niet zomaar binnen uitnodigen. De kerk moet zelf in beweging komen.

Vooruitlopend op het herdenkingsjaar van 500 jaar Reformatie hield Coen Wessel een pleidooi voor een intensieve samenwerking tussen de Protestantse kerken en de Rooms katholieke kerk (Christelijk Weekblad, 16 september 2016). Hij besluit zijn woorden zo: "Misschien moet de Katholieke kerk de Protestantse kerk maar leren zien als een pioniersplek waar geëxperimenteerd wordt met andere vormen van kerkzijn, waar je af en toe ook nog wat van opsteekt." Hij heeft dan uitgelegd dat de katholieke kerk beter toegerust is om in te gaan op de behoeften van de moderne mens. De huidige ervaringscultuur vraagt om de katholieke symbolen, beelden en rituelen.

Ik val Coen Wessel graag bij. Mijns inziens past de positieve verhouding tot de wereld en de cultuur die in de katholieke theologie en kerk gangbaar is, beter bij de huidige religieuze zoeker. Beter dan het denken in tekort, tekortschieten en genade van de protestantse geloofsbeleving.

Maar... als het om pionieren gaat, dan heeft de katholieke kerk nog wel iets te leren van de protestanten. Zij is vooral goed in een 'kom bij ons' beweging. Haar uitstraling is: kom bij ons in de schoot van de moederkerk waar de traditie van eeuwen gevierd wordt en verder groeit. Minder goed is de katholieke kerk in staat om buiten haar muren nieuwe vormen te ontdekken en daarmee het kerkelijk erf te vergroten, met eromheen lagere muurtjes.

Protestanten zijn kerk vanuit de lokale context. Er bestaan wel grotere verbanden, maar de nadruk ligt op de gelovigen die lokaal zelf de kerk vormen en 'maken'. Deze houding past goed bij pionieren, waarbij het nauwkeurig luisteren naar en aansluiten bij de context centraal staat.

Daarnaast kent de protestantse traditie een urgentie, een drive om te gaan, naar wie niet vanzelf komt. Deze werd van oudsher gevoed door het besef dat mensen gered moeten worden om niet verloren te gaan.

Kan die drive bewaard blijven als de visie op verlossing verandert? Voor het gesprek over kerkmuren, tussen religies en met wie niet gelooft is radicaal respect en gelijkwaardigheid een voorwaarde. Een exclusieve claim op de waarheid maakt zo'n gesprek onmogelijk. Maar haalt dat niet alle spanning uit de ontmoeting?

Ik denk dat getuigen van Jezus Christus in onze samenleving alleen kan vanuit een radicaal inclusieve houding, en zonder de waarheid op een absolute manier te claimen. Desondanks blijft er genoeg drive over om erop uit te trekken. Want het gesprek komt in onze samenleving op spanning alleen al door de vraag naar God te stellen. De grote uitdaging van onze tijd is, om God in ons verhaal te betrekken, en dat ook in te brengen in het gesprek met een ander, met een luisterend oor en hart, op zoek naar waar de Eeuwige de ander raakt.

De waarheid over wie God is, is groter dan ons begrip ervan. Maar er gaat veel verloren als we er niet naar op zoek gaan. Gaat er iemand verloren? Dat oordeel is niet aan ons, maar aan de Eeuwige, en daar moeten we dus ook van af blijven. Ons geloof in het spel brengen en getuigen van de waarheid die we ontdekken, dat is missionair.

Missionair zijn vraagt om inclusief en expliciet spreken over God. Het vraagt om spreken over God die de wereld draagt, Jezus die het gezicht is van de Eeuwige, de Geest die in alles ons aanspreekt op verrassende manieren. Spreken over deze God moet niet binnen de muren van een kerken en in een kring van ingewijden blijven.

De theoloog van de toekomst is een grensganger. Zij of hij heeft het vermogen steeds weer over de grens van de bestaande kerk der eeuwen heen te kijken. Zij weet er buiten te gaan staan om van perspectief te wisselen. De theoloog van de toekomst draagt ook bij aan een beweging 'terug naar de kern': waar draait het om in het christelijk geloof en hoe kun je daarover spreken.

Voor de theoloog van de toekomst zie ik vier verschillende manieren om missionair te zijn en missionair-zijn te begeleiden.

Of, anders gezegd: op zoek gaan steeds weer nieuwe manieren waarop kerk in een bepaalde context en tijd vorm kan krijgen.

  • Gelovigen die deel uitmaken van de geloofsgemeenschap toerusten om hun geloof te delen met wie zich niet tot de geloofsgemeenschap rekent, op een manier die een gesprek opent en ruimte maakt om iets van God te ontdekken.
  • Steeds weer stilstaan bij de vraag hoe in de bestaande praktijk van de geloofsgemeenschap ruimte gemaakt kan worden voor 'buitenstaanders', hoe zij erbij betrokken of uitgenodigd kunnen worden.
  • Op zoek gaan naar manieren om buiten de grenzen van de geloofsgemeenschap aanwezig en zichtbaar te zijn, daarbij dienstbaar aan de vragen die er leven in de samenleving.
  • Op zoek gaan naar manieren om over de grenzen van de geloofsgemeenschap te zoeken naar nieuwe vormen van kerk-zijn, waar expliciet ruimte gemaakt wordt voor wie de drempel naar de kerk te hoog is.

Het leven in geloof delen

Gelovigen die deel uitmaken van de geloofsgemeenschap toerusten om hun geloof te delen met wie zich niet tot de geloofsgemeenschap rekent, op een manier die een gesprek opent en ruimte maakt om iets van God te ontdekken.

Religie is geen gemakkelijk gespreksonderwerp voor wie er zijn of haar hart aan verpand heeft. Misverstanden en slechte ervaringen domineren in de publieke opinie en de link met geweld en misbruik wordt snel gelegd. Dan is er nog het wereldbeeld waarin voor het niet-bewijsbare en zintuigelijke moeilijk een plek te vinden is. Bovendien hebben instituten het zwaar; mensen keren zich er massaal van af.

Als het om geloven en kerk gaat is er steeds meer 'buiten de muren'; er is een toenemende hoeveelheid mensen die onverschillig, onwetend of anti zijn. Dat maakt het niet gemakkelijker. Tegelijk is het zo dat gelovigen zelf in hun dagelijkse netwerken de belangrijkste ambassadeurs zijn van wat geloof betekenen kan.

Van theologen mogen we verwachten dat ze betrokken gelovigen uitnodigen en helpen om ambassadeurs te zijn door inclusief en expliciet over God te spreken. Theologen kunnen gelovigen toerusten om het gesprek over de heg met de buurman, op een verjaardagsvisite en aan tafel met eigen kinderen zo leren voeren dat ze

  • kunnen verwoorden - met stamelen en stotteren en zonder grote woorden - hoe ze dagelijks 'leven met God'
  • kunnen luisteren naar de vragen en vondsten van een ander
  • hun eigen zoektocht en twijfel kunnen verwoorden als brug naar de ander
  • ruimte kunnen maken in hun eigen begrip van God in plaats van afbakening en begrenzing, zodat er steeds weer nieuwe inzichten mogelijk zijn, en de gesprekspartner daar een rol in krijgt.
Het vraagt van de theoloog om gelovigen te begeleiden en te leren hun eigen dagelijkse ervaringen te verbinden met het evangelie. Het vraagt van de theoloog om gelovigen te leren over godsbeelden zodat hun blik verbreed wordt. En om met hen te oefenen in aandachtigheid en opmerkzaamheid, zodat God meer is dan een verhaal of een woord dat behoort tot de zondagse liturgie.

De Protestantse kerk in Nederland is zich bewust van deze uitdaging, en gaf rond Startzondag handreikingen om deze vragen aan de orde te stellen. In de gemeentes van Cothen en Wijk bij Duurstede oefenden we in de kerkdienst met gesprek over de vraag 'Wat heb je deze week van God gemerkt (of juist niet)?'.

Niet méér doen, maar anders

Een geloofsgemeenschap die kleiner wordt kan niet steeds meer gaan doen, om maar te overleven. Het is wel mogelijk om bij wat de geloofsgemeenschap doet, organiseert en viert de blik meer naar buiten te richten.

Een geloofsgemeenschap die kleiner wordt hoeft zich niet in een isolement terug te trekken. Degenen die er deel van uitmaken zijn met allerlei lijntjes verbonden met de samenleving als geheel. De kennis die ze hebben van wat er leeft aan vragen en aan initiatieven kan in de geloofsgemeenschap benut worden. Wie kunnen we uitnodigen om een bijdrage te leveren aan een viering, of een ontmoeting? Voor wie zouden we iets kunnen betekenen met datgeen wat we met elkaar organiseren? Met welke organisatie of initiatief kunnen we ons verbinden, zodat we elkaar versterken?

Het vraagt van de theoloog van de toekomst het vermogen om de traditie en de gegroeide praktijk van de kerk te verbinden met wat er in de samenleving leeft. Voeling met de cultuur en het vermogen om de traditie te vertalen, zodat de waarde ervan beleefbaar wordt voor wie er niet mee opgegroeid is. De theoloog van de toekomst is gevoelig voor de vragen die er leven onder mensen. Zij weet contacten aan te gaan en relaties te leggen buiten de geloofsgemeenschap. En zij of hij weet bondgenoten te zoeken in de samenleving, zij ziet waar anderen zich inzetten voor het 'koninkrijk van God' (zonder dat te annexeren).

In ons dorp staan we rond Allerzielen - wanneer we de gestorvenen gedenken op zondag - stil bij wie rouw draagt in het dorp. Gezinnen waar een kind overleed, dorpsgenoten die al jaren een partner missen, of een ouder verloren - we doen bij hen een groet in de brievenbus. Ze zijn ook uitgenodigd voor de dienst, waarin naast het noemen van de namen van de gestorvenen van het afgelopen jaar, in de voorbeden andere namen opgenomen worden.

We hebben een aantal malen aangesloten bij burendag, en buren uitgenodigd voor de koffie (en een rondleiding) op zondagmorgen. En al jaren gaan we dauwtrappen op Hemelvaartsdag, met daarna een ontbijt in de kerk en een viering op wandelsokken. Sinds we dit in de krant aankondigen sluiten er allerlei dorpsgenoten aan bij de wandeling, die soms ook blijven voor de viering.

Dienstbaar en zichtbaar zijn

De theoloog van de toekomst zal meer dan ooit zichtbaar moeten zijn in de samenleving - en dan kun je denken aan de lokale context en aan de netwerken die via sociale media juist bovenlokaal zijn - om voor wie de kerk niet opzoekt zichtbaar te maken wat het evangelie voor relevantie heeft. Het is dienstbaar, dat wil zeggen dat het ingaat op vragen, helpend of kritisch, zonder daarbij als bedoeling te hebben mensen in de kerk in te lijven.

Het gaat om wat er vanuit de christelijke traditie, Bijbelverhalen en het ervaren van God als aanwezige hier en nu te zeggen en te doen is, op de plek waar we zijn. Het vraagt van de theoloog van de toekomst belangeloosheid, waarbij de inzet voor het overleven van de kerk naar de achtergrond verdwijnt. Het vraagt belangeloosheid die aansluit bij waar de ander is, bij de context en de vragen. Daar, op die plek waar een gesprek of een ontmoeting plaatsvindt heeft het evangelie relevantie. Het vraagt vertrouwen van de theoloog in de aanwezigheid van het koninkrijk dat er nog niet is, maar tegelijk op onverwachte plekken iets van zich zien laat. En een vertrouwen in de Missio Dei; God is al aan het werk in de wereld, en daarin mogen wij ons laten inschakelen.

In het dorp waar ik werk werd een Samenloop voor Hoop georganiseerd, een evenement om stil te staan bij kanker en geld in te zamelen voor KWF Kankerfonds. Het werd een heel groot gebeuren, waar velen bij betrokken raakten.

Toen ik gevraagd werd om in de organisatie mee te draaien, was ik blij dat ik er als dorpsdominee een onderdeel van kon zijn. De angst dat ik het stempel van de kerk in mijn achterzak mee zou nemen, was er niet. Gelukkig.

Toen het zover was liep ik 24 uur verwonderd rond over het terrein waar zoveel verhalen werden verteld, waar verdriet gedeeld en steun gegeven werd. Tijdens het lopen van de rondjes, bij het kaarslicht in de nacht, of zomaar ergens bij een kraam zag je de verbazing bij iedereen over de saamhorigheid. Het enthousiasme van de velen die ik sprak, het vuur in hun ogen deed me denken aan het Pinksterfeest. Aan de vlammetjes op de hoofden. En de mensen die toen zeiden: 'Hoe kan dat nu, we verstaan elkaar terwijl we anders verschillende talen spreken!' Het enthousiasme en de verbazing in de ogen van velen vertelden me: wat snakken mensen - misschien zonder het te weten - naar zulke momenten. Momenten waarop het ondraaglijke van ziekte en dood niet genegeerd wordt, maar opgenomen en samen gedragen. God bleef ongenoemd, maar de Geest was er. Dat kan niet anders. Ik hoefde de Eeuwige er niet bij te halen. Ik keek verwonderd toe hoe de verbindingen gelegd werden en mensen elkaar gingen verstaan.

Als predikant was ik dienstbaar. Ik hielp wie met veel inzet de handen uit de mouwen staken soms om woorden te vinden voor het ondraaglijke. En om daarbij niet te vervallen in taal over vechten en winnen.

Een ander moment waarop we vanuit de kerk ons dienstbaar konden opstellen was, toen 2 vermiste jongens binnen onze gemeente werden gevonden. We zetten de kerk open op 2e Pinksterdag, toen er geen andere plek open was voor wie ergens heen wilde met vragen en verdriet. In de kerk werd niet over schuld gesproken, maar konden de vragen zonder antwoord klinken.

In het dorp vonden in korte tijd veel ongelukken plaats en overleden verschillende mensen op een dramatische manier. Een gedicht (dat eigenlijk een gebed was) dat ik deelde op Facebook ging 'viral'. Het bleek in een behoefte te voorzien om woorden te geven aan de vraag: 'waarom overkomt ons dit, in ons dorp, steeds weer die ongelukken?'

Nieuwe vormen van kerk-zijn

Er zijn vele drempels die maken dat wie geloof zoekt dat niet binnen de muren of de groep van de kerk doet. Dat vraagt om pionieren: het zoeken naar nieuwe vormen die toegankelijker zijn, en op een nieuwe manier vertalen wat kerk is. De Protestantse Kerk ondersteunt het creëren van pioniersplekken waar dit gebeurt.

Ik gebruik hier 'kerk' tussen aanhalingstekens, omdat ik het heb over het beeld dat mensen hebben van de christelijke geloofsgemeenschap. Het beantwoordt niet altijd aan de werkelijkheid, maar het speelt wel een reële rol in de keuzes van mensen om zich wel of niet in te laten met wat er vanuit en in de kerk gebeurt.

Aansluiten bij groepen die uit de kerk verdwenen zijn, of die niet aangesproken worden door de kerkdienst op zondag vraagt veel creativiteit. Het vraagt om durf om het over een heel andere boeg te gooien. Het vraagt om netwerk kwaliteiten, het erbij betrekken van mensen die met 'kerk' niet zoveel hebben. De grenzen tussen kerk en pioniersplek zijn inhoudelijk vloeiend. De kerk heeft ook de kenmerken van een open netwerk waar geen voorwaarden worden gesteld bij binnenkomst, en waar allerlei vormen van commitment bestaan. Ook daar aarzelen mensen om zich een volgeling van Jezus te noemen, omdat ze beseffen tekort te schieten. God die zich laat zien in Christus is het centrum en daarom omheen zijn allerlei posities mogelijk. Toch maken het lidmaatschap, instituut, de sacramenten en het groepsproces dat er grenzen zijn die zoekers uitsluiten.

Daarom is een duidelijk onderscheid tussen kerk en pioniersplek drempelverlagend. De pioniersplek geeft meer ruimte aan wie worstelt met het 'wij' van de kerk. De pioniersplek voldoet wellicht niet aan alle verwachtingen die je van kerk mag hebben. Maar de plek staat niet op zich - er is verbondenheid met de kerk als geheel en daarom hoeft deze plek ook niet alles te hebben.

Pioniersplekken zijn wel degelijk geworteld in het evangelie, in het geloof in Jezus' unieke betekenis voor mensen, voor hun leven. Alleen, afgebakend geloof is niet wat deze gemeenschap bepaalt, eerder het delen van vragen, geraaktheid en het oefenen van nieuwe praktijken. Gastheer in dit alles blijft Jezus zelf, ook al wordt hij niet door iedereen als 'Heer' gezien. Hij was in zijn leven voluit in gesprek met wie zoekende of anders denkend was; rondom hem ontstond er zo gemeenschap, soms maar voor heel even - op een grasveld of rond een tafel.

Met een aantal gezinnen die op zondagmorgen de weg naar de kerk niet vinden zijn we binnen de pioniersplek ZIN in Wijk bij Duurstede een Kliederkerk begonnen. Het tijdstip is aangepast aan hun ritme, maar ook de plek - de ontmoeting vindt plaats in de openbare basisschool op zondagmiddag. Hier kunnen ouders en kinderen samen iets beleven en andere ouders en kinderen ontmoeten. In het dorp zijn veel 'handen uit de mouwen' types te vinden, en daarom spreekt een ontmoeting die begint met 'doen' meer aan dan een dienst waarbij in de banken geluisterd moet worden. Leren gaat hier via het doen. En na het knutselen en spelen wordt er een verhaal verteld, heel laagdrempelig, basaal en interactief.

Pionieren vraagt van degenen die pionieren een heldere, expliciet christelijke identiteit en een vermogen dagelijkse verbindingen te leggen tussen geloof en hier en nu. Geworteld dynamisme, in de woorden van katholiek theoloog Hendro Munsterman. Het vraagt van een theoloog van de toekomst om de kern van kerk-zijn steeds weer met nieuwe ogen te bekijken. Jezus zelf is de Heer van de kerk en gastheer van de pioniersplek. Pionieren vraagt een inclusieve houding die niemand buitensluit vanuit een expliciet geloof in Jezus' betekenis voor ons.


Rebecca Onderstal

Naast dominee in de protestantse kerk is Rebecca initiatiefnemer van ZIN in Wijk bij Duurstede. Een ontmoetingsplek voor het delen van inspiratie en gesprek over zinvol leven.